Sale!
migrare

La Moresca Antica – Migrare

13,50 9,68

SKU: Folkclub Ethnosuoni 5373 Categories: , Tag:

Description

Here's a new chapter in the history of the research in traditional maritime music: following Marinaresca and Li Turchi alla marina, the leading Umberto Mosca and Angelo Maffezzoli together with their most artistical crew give us a fully ripe work. The theme is all about men and music migration by the sea. Lots of goodies inside plus special guests such as Lucilla Galeazzi and Jack Coutts.

Track Listing:
1. Migrare – 7:08   2. Brinnisi di marinara – 1:22   3. Tarantella – 1:38   4. La Squadra Matta – 3:58   5. Salta 'n barca / Biondina – 4:31   6. Cialoma – 1:41   7. La reata / Marineiro – 3:06   8. O ffondo do mar-383 – 6:49   9. Tarantelas – 3:25   10. Mamma Mia Dammi Cento Lire / Il Viaggio – 3:55   11. Il tragico affondamento del bastimento Sirio – 2:41   12. Trenta giorni di macchina a vapore – 3:50   13. Canto dei pescatori di corallo – 1:58   14. Pescator che vai cantando / Pescatore che vai sul mare – 3:17   15. Drunken Sailor – 2:42   16. Brinnisi di marinara / Reuben Ranzo – 2:08

Personnel:
Anna Maria Di Lorenzo (vocals) , Elena Novello (vocals, percussion) , Clarissa Romano (vocals) , Marco Macchi (vocals) , Nelson Contreras (vocals, viola da gamba, viella) , Angelo Maffezoli (vocals, flute renaissance, flute baroque, fife, picolo) , Umberto Mosca (vocals, baroque guitar, bagpipes, tamburi, percussion) , Jack Coutts (vocals on 15,16) , …

Reviews:

1. folkroddels.be 

Met dit album voegt LA MORESCA ANTICA een nieuw hoofdstuk toe aan de herontdekkingreis naar traditionele maritieme volksmuziek. Na ‘MARINARESCA’ en ‘LI TURCHI ALLA MARINA’ laten ze ons opnieuw genieten van een goed onderbouwde bloemlezing. Drijvende krachten zijn Umberto Mosca en Angelo Maffezzoli. Ze leggen nu het accent op de migratie van mens en muziek over de zee.
Deze groep werd in 1989 opgericht en legde zich aanvankelijk vooral toe op het rijke repertoire van de Italiaanse Renaissancemuziek, die zijn oorsprong kende in klassieke ontwikkeling en in het oraal overgebrachte repertoire dat zelf geïnspireerd werd door de renaissance en de late middeleeuwen. Het ligt in hun bedoeling aan te laten voelen op welke manier de verschillende tradities van oraal overgedragen (volkse) en gecomponeerde (klassieke) muziek elkaar in Italië altijd wederzijds bevrucht hebben, en dit ondanks de harde hand van de contrareformatie. Sinds 2000 gingen ze zich vooral toeleggen op het immense en volledig onbekende repertoire van de Italiaanse muziek uit de zeevaarttraditie, die shanties, migratie- en zeemansliederen van de twaalfde eeuw tot nu omvat. Recent versterkten ze hun bezetting met zeven extra zangers, waardoor ze een heus shanty koor zijn gaan vormen. Die koorzang levert vooral in hijs- en andere liederen die het werkritme en -tempo dienden te coördineren en heel realistische en krachtige extra dimensie. Tegelijk vinden we enkele kersverse nummers van Mauro La Verde in de oude stijl. Onder de gastmuzikanten zijn zeker Lucilla Galeazzi and Jack Coutts een vermelding meer dan waard. 
Van de Italiaanse volksmuziek is genoegzaam bekend dat ze vaak een uitgesproken maatschappelijk engagement uitzingt. Ook deze groep ziet het als zijn taak ook af een statement te maken in wat ze brengen.  Ze openen dan ook een beetje tegen de verwachtingen in met, een recent nummer ‘Migrare’, dat Mauro La Verde in 2003, volledig in de traditionele stijl, schreef als aanklacht tegen de uitspraak van een Lega Nord parlementariër die in ’99 stelde dat de zeepolitie het mandaat zou dienen te krijgen om al die Albanese rubberbootjes lek te schieten. ’Brinnisi di marinara’ is een traditioneel vissersdrinklied, een hier a capella gezongen ‘hijslied’ als het ware. Drinkend wachtend op de booteigenaar die laat in de nacht komt uitbetalen, passeren ze de tijd, met een soort kettinglied, waar een solist voorzingt, het glas heft en het gezelschap samen het refrein scandeert,… waarna een glas genuttigd wordt.  Via Johnny Collins en Jim Mageeann vernamen ze dat het refrein net klinkt als in de Engelse shanty ‘Reuben Ranzo’. Eigenlijk vermoedt men dat de wortels van dit lied in Portugal dienen gezocht te worden.  In een bonustrack worden beide nummers overigens in een liveversie aan elkaar gebreid. Een ander mooi voorbeeld van hoe een lied kan gaan migreren vormt de daaropvolgende ‘Tarantella’, die in 1806 opgetekend werd… in London. Het is een typische 17deeeuws voorbeeld van deze dans, met interessante en ongewone harmonische modulaties in het middendeel.
Gastmuzikanten leveren hier met barokgitaar (Eduardo Eguez), viola da gamba (Sabine Colonna Preti) en viool (Mauro Righini) een interpretatie die nauw aansluit bij de oorspronkelijke opzet. ‘La Squadra matta’, ook een nummer van La Verde, voert ons terug naar de recente geschiedenis, het dagboek bezingend van de partizaan ‘Riccio’ die samen met enkele kompanen de zee opging om in de Golf van Tigulla de wapentransporten van de Duitsers te verstoren, we schrijven 11 december 1944. Op enkele solomomenten voor gitaar en fluit na blijft de begeleiding heel bescheiden en staat de samenzang centraal. Musette voorop in ‘Salta ’n barca/Biondina’, twee instrumentale dansen uit Bagolino, onderdeel van 24 dansen uit een oud en sterk aan rituelen gebonden carnavalsfeest waarvan de bronnen teruggaan tot de 16de eeuw. Vooral het tweede deel verwijst heel sterk naar een mogelijke Venetiaanse oorsprong. Maurizio Martinotti (draailier) en Gabriele Coltri (musette) vormen hier de genode gasten. Vervolgens trekken we naar Benidorm. Het waren de Arabieren die de tonijnvangst verspreidden over de hele Middelandse zee. De vissers van Benidorm begeleidden de verschillende fazen in de visvangst met Valenciaanse, Castiliaanse, Arabische en Italiaanse liederen, de ‘solomes’, verwant aan de Siciliaanse ‘Cialoma’, een lied dat gezongen wordt tijdens het ophalen van de netten. Uiteraard zijn hier geen handen meer vrij om instrumenten te hanteren, waardoor we andermaal een puik staaltje vraag- en antwoordzang mogen genieten. Aansluitend krijgen we een met handgeklap begeleid roeilied, gekoppeld aan een het door tamboerijn en musette gebrachte Gallicische jota, te horen in ‘La Reata/Mariñeiro’.
We blijven vervolgens nog even in Spanje met ‘O ffondo do mar – 383’ een devoot processielied uit de 13de eeuw, deel uit de Cantigas de Santa Maria die opgetekend werden door Alphonso X, El Sabio, en verwijst naar een pelgrimsschip dat door Maria gered zou geweest zijn op weg naar het beloofde land. Santiago de Murcia was een eminente Spaanse gitarist die rond 1725 migreerde naar Mexico. Van hem bleven heel dansen bewaard, waaronder de hier opgenomen Italiaanse ‘Tarantelas’, dat met de Argentijnse barokluitist Eduardo Eguez en de viola da gamba van Sabine Colonna Preti als gasten een typisch Spaans/Latijns-Amerikaanse jasje aangemeten krijgt.
In het fluitend ingezette ‘Mamma Mia dammi cento lire/Il Viaggo’ vinden we een kinderrijmpje terug waarvan het thema, het versieren van een harp met delen van de stoffelijke resten van de rein gebleven jonkvrouw,  ook in Noord-Europese ballades terugkomt. Hier werd het gekoppeld aan een melodie in een mineure toonaard. Een evergreen is ongetwijfeld het klaaglied ‘Il tragico affondamento del bastimento Sirio’ verwijzend naar de schipbreuk van het gelijknamige schip dat in 1906 Italianen naar Brazilië zou varen, maar tegen de rotsen voer in de buurt van Carthagena. Enkel de bemanning wist zich uit de voeten te maken.
Naast de koolmijnrampen (tussen 1946 en 1961) in ons land vormt dit een van de grootste rampen die de Italiaanse migranten overkwam. Onder sobere gitaar- en fluitbegeleiding zingt het vrouwelijk gezelschap de strofen, waarbij de mannen invallen in het refrein.
De vermaarde zangeres Lucilla Galeazzi zet de toon in‘Trenta giorni di macchina a vapore’, ook al een klassieker die meestal in een gemengde koorbezetting gebracht wordt. Deze versie werd gebouwd op drie verschillende melodieën en verhaalt de problemen die migranten overal en in alle tijden ervaren om enigszins aanvaard te worden door de autochtone bevolking. ‘Canto dei pescatori di corallo’ is een typisch werklied dat ontstond toen rond 1800 koraalbanken gevonden werden in de kust voor Sciacca en Trapani. De Napolitanen, die al eerder heel wat ervaring opdeden als koraalduiker waren er als de kippen bij om bijstand te verlenen, en dit verklaart wellicht de Napolitaanse dialectwoorden die zich vermengden met dit Siciliaanse lied.
Pietro Paulo Borrono, een 16de eeuwse Milanese luitenist had de hand in ‘Pescator che vai cantando/Pescator che vai sul mare’. Het wordt hier gebracht in een uitvoering van gastluitist Massimo Lonardi, samen met LA MORESCA FUTURA, een ensemble dat gevormd wordt uit de kinderen van de groepsleden uit LA MORESCA ANTICA,… en bijgevolg de toekomst van dit project dienen te waarborgen.
Deze opmerkelijke plaat eindigt met een bonus die live opgenomen werd op 12 oktober 2007 in Milaan, waar een memoriaal gespeeld werd ter ere van Piernuccio Masala en Gianfranco Bacchetta, die tijdens de opnamen voor deze plaat ernstig ziek werden en later overleden. Op deze avond was ook Jack Coutts, zanger en leider van de Schotse zeeshantiegroep STORMALONG JOHN. De sfeer van dat uniek moment kunnen we even meegenieten via een versie van ‘Drunken Sailor’ en het eerder vermelde nummer ‘Brinnisi di marinara/Reuben Ranzo’. Zowel naar muzikale interpretatie als met betrekking tot het documentaire aspect facet een aanwinst te noemen.
 
De groep :
Anna Maria Di Lorenzo: zang
Elena Novello: zang, percussie
Clarissa Romano: zang
Marco Macchi: zang
Nelson Contreros: zang, viola da gamba, vedel
Angelo Maffezzoli: zang, fluiten en traverso’s, schalmei, kromhoorn, piffero, ottavino
Umberto Mosca: zang, barokgitaar, bouzouki, piva emiliana, cornemuse 23”, tamboerijn, tambourello, moorse gitaar
 
Gasten :
Lucilla Galeazzi: zang
Eduardo Eguez: barokgitaar
Jack Coutts: zang
Massimo Lonardi: luit  
Marco Angilella: barokcello
Consuelo De Cea: viola da gamba
Sabina Colonna Preti: viola da gamba
Mauro Righini: viol
Maurizio Martinotti: draailier
Gabriele Coltri: franse cornemuse 16”
Roberto Gallina: citola
Lorenzo Gosperoni: percussie
 
LA MORESCA FUTURA :
Carolina Eguez: zang, cello
Carlotta Pupulin: zang, keltische harp
Margherita Pupulin: zang, viol
 
IL PREMIATO CORO ‘CANTO COI LUPI’ :
Contralt: Titti Brivio, Martina Fragale, Angela Masala, Franca Nolo
Tenor: Carlo Rosso, Franco Sanna
Bas: Gianfranco Bachetta, Antonello Taglia, Enzo Tavolozzi
 
Linernotes:
Il lavoro di ricerca sulle musiche della tradizione marinara si arricchisce di un nuovo capitolo: dopo Marinaresca e Li Turchi alla marina, la formazione guidata da Umberto Mosca e Angelo Maffezzoli presenta ora un disco di grande maturità e impegno, tutto incentrato sui temi dell’emigrazione per mare degli uomini e delle musiche. Molte le “chicche” e gli ospiti presenti nel disco, tra cui le splendide voci di Lucilla Galeazzi e Jack Coutts.

Il disco

Frutto di due anni di ricerca e di lavoro, Migrare è centrato sulla tematica dell’emigrazione per mare degli uomini e delle musiche. Accanto a famosi canti popolari provenienti dalla tradizione popolare, come Il Sirio e Trenta giorni di nave a vapore, vengono presentate una serie di rarità musicali di grande interesse musicologico, come una tarantella napoletana di autore anonimo pubblicata a Londra nel 1806, una tarantella per chitarra del chitarrista barocco Santiago de Murcia, emigrato dalla Spagna in Messico nel XVIII secolo, due balli del Carnevale di Ponte Caffaro e Bagolino, in Val Trompia, di chiara origine veneziana, un'insolita versione laziale di Mamma dammi cento lire e un canto di lavoro per la pesca del tonno usato dai tonnaroti spagnoli nella tonnara di Benidorm nel pais valenciano.

La scoperta di questo brano allarga l’interesse de la Moresca antica alle tradizioni marinare del Mediterraneo: per questo nel cd vengono proposti anche una canto di lavoro in mare valenciano, una danza dal titolo marinaro e l’antico racconto medievale del miracolo con cui la Madonna salva i pellegrini caduti in mare, che presenta molte analogie con l’inno medievale, proposto in un cd precedente, che parla dell’analogo miracolo compiuto da San Nicola di Bari, protettore dei marinai.

L’impegno sociale e politico del gruppo trova conferma in due composizioni originali a proposito di un’impresa partigiana nel golfo del Tigullio, avvenuta nell’inverno del ’44, e nel title track, Migrare, su un testo del poeta Mauro Lo Verde, dedicato al dramma dei boat people albanesi.

Al progetto hanno preso parte una serie di ospiti illustri, musicisti di grande statura come Lucilla Galeazzi, Eduardo Eguez, Massimo Lonardi, Mauro Righini, Sabina Colonna Preti, Maurizio Martinotti e Gabriele Coltri. Nel cd, che vede anche la partecipazione delle giovanissime musiciste de la Moresca futura, clone junior del gruppo, spiccano anche due brani live cantati assieme a Jack Coutts, leader di Stormalong John, il più importante gruppo britannico di shanties.

Il gruppo

Il gruppo musicale "La Moresca antica" viene fondato nel 1988 da Umberto Mosca, Angelo Maffezzoli e Roberto Gallina, musicisti attivi già da molti anni nel campo della riproposta della musica popolare e della musica antica sulla base di criteri filologici. Il gruppo si muove dalla fondazione nel senso di esplorare e riproporre il repertorio rinascimentale italiano a cavallo tra musica popolare e musica colta, rintracciandone l'evoluzione nella pratica tuttora viva della musica italiana di tradizione orale. Poichè tale repertorio è tuttora poco esplorato, il gruppo si avvale spesso di registrazioni originali effettuate "sul campo" e di originali antichi non pubblicati in edizione moderna. I criteri di esecuzione fondono gli elementi stilistici espressivi della musica antica con quelli della musica di tradizione orale, che spesso coincidono.

Il gruppo, nel quale si avvicendano successivamentenumerosi altri musicisti, tra cui Elena Spotti e Paola Mayer, partecipa ad importanti rassegne musicali internazionali in Italia ed in Giappone, tra cui la settimana italiana di Kurume, la Folkermesse di Casale Monferrato e il Festival internazionale della Zampogna di Scapoli. Nel 1999, su proposta di Riccardo Notarbartolo di Villarosa, direttore della rivista Arte navale, inizia ad interessarsi della musica della tradizione marinara italiana, un repertorio tanto vasto quanto sconosciuto ai più, ed ancor meno eseguito. Come primo risultato di questo lavoro di ricerca, condotto per lo più su registrazioni originali degli anni ’50 e ’60, il gruppo pubblica nell’estate 2000 Marinaresca, Antiche musiche italiane della tradizione marinara, il primo CD mai pubblicato in Italia su questo repertorio. Il disco include canti di lavoro di bordo provenienti da tutta Italia e numerose ballate e storie di mare dal Rinascimento ai giorni nostri, includendo anche un brano di Fabrizio De Andrè ispirato ad un’antica figura storica di marinaio ligure. In questo lavoro debuttano nel gruppo i cantanti Elena Novello e Sergio Paladino.

L’album incontra giudizi molto favorevoli da parte di pubblico e critica, unito ad un discreto successo di vendita. Il gruppo inizia quindi ad essere invitato ad importanti manifestazioni di musica del mare, all’organizzazione e promozione dei quali il gruppo partecipa attivamente: la prima edizione della Festa del canto da mar a Venezia, la prima edizione del festival Marinaresca di Livorno, che prende nome dal CD del gruppo, in Italia ed il Mersey Shanty Festival di Liverpool, uno dei più importanti d’Europa, che vede per la prima volta nella sua storia l’esibizione di un gruppo italiano, ed al quale la Moresca antica è l’unico gruppo straniero ad essere invitato per due anni di seguito.

Sull’onda dell’entusiasmo e dell’interesse risultato da questo primo lavoro il gruppo decide di procedere su questa strada e di proseguire la ricerca sulla musica della tradizione marinara. Nel frattempo ai fondatori del gruppo si sono uniti il cantante Mimmo Poerio, successivamente sostituito da Marco Macchi, mentre la componente strumentale riceve un robusto e qualitativo apporto da parte prima dell’arpista Chiara Granata e, successivamente, dei violisti da gamba Alberto Borrini e Sabina Colonna Preti e, occasionalmente, del chitarrista barocco argentino Eduardo Eguez. È questa la qualificata line up che, rodata ormai da numerosi concerti, dà vita al secondo lavoro discografico de la Moresca antica: Li turchi alla marina, Antiche musiche italiane della tradizione marinara. 2, prodotto da Maurizio Martinotti, storico mentore e produttore del gruppo, per Ethnosuoni. Questo secondo lavoro discografico consolida la posizione del gruppo come principale esponente della musica della tradizione marinara in Italia. Conseguentemente la Moresca antica viene ormai regolarmente invitata ai più importanti festivals di musica del mare in Nord Europa.

Recentemente la Moresca antica si è costituita come primo “shanty choir” italiano, composto da 12 cantanti: in questa formazione ha vinto nel 2005 il concorso provinciale dell’USCI per la Provincia di Milano ed ha riscosso un grande successo al Mersey Shanty Festival di Liverpool in Inghilterra.

I componenti

  • Anna Maria Di Lorenzo, canto, chitarra battente, tammorra
  • Franca Nolo, canto
  • Elena Novello, canto, chitarra barocca
  • Clarissa Romano, canto
  • Marco Macchi, canto e percussioni
  • Nelson Contreras, viola da gamba, canto
  • Angelo Maffezzoli, flauti diritti e traversi, bombarde e pifferi, canto
  • Umberto Mosca, canto, colascione, cornamuse, flauti diritti, dulcimer, buzuki, chitarra barocca, percussioni

 

You may also like…

Sale!

La Moresca antica

Li turchi alla marina

Second chapter of a sort of “book” about sea-shanties that this band from Lombardy has been writing. Following Marinaresca, the…

Read more Add to cart13,50 9,68
Sale!

La Moresca antica

Marinaresca

A reprint of their first record, dating back to 2000, from the group which nowadays is the only Italian band…

Read more Add to cart13,50 9,68