Sale!
LES COPELAND - DON?T LET THE DEVIL IN  1

Les Copeland – Don’t Let The Devil In

13,50 9,68

SKU: Earwig 4958 Categories: , Tag:

Description

Debuutalbum van de 43 jarige blueszanger/gitarist Les Copeland. Hij is een heel virtuoze gitarist en dit zowel op akoestische, elektrische als op slide-gitaar. 'Honeyboy' Edwards is ook te horen op twee tracks. Een cd die van bij de eerste noten de aandacht trekt.

Les Copeland started his professional career as a country blues guy with a bottleneck stuck on one finger. From down home Delta to uptown Chicago blues, Les can improvise anything. Primarily self-taught, his unique sound has developed out of a rich mixture of influences including blues, jazz, Spanish flamenco, pop and classical music. This album marks Les's Earwig Music label debut. It showcases Les's fine finger picking, melodic sensibility and chordal finesse, and his wry and ironic lyrical observations about everyday people. Blues legend Honeyboy Edwards, with whom Les has toured in Canada for 14 years, guests on guitar on 2 tracks, and Honeyboy's manager Michael Frank plays harmonica on 3 tracks. This cd is a healthy dose of Americana roots and blues, done Les's inimitable way.

Track Listing:
1. That Needing Time - 3:31   2. Ry Cooder - 3:13   3. What's Your Name - 2:48   4. Distant Train - 4:05   5. Riding the Sky Train - 1:54   6. Silently - 2:57   7. Anna Lee - 4:13   8. Long Lost Love - 3:59   9. Ginseng Girl - 2:27   10. How's That Drummer - 5:08   11. I'm the Little One - 2:10   12. Everyday People - 4:15   13. Wet Paper Bag - 4:21   14. Don't Let the Devil In - 5:00   15. Crying for an Angel - 5:12

Personnel:
Les Copeland (vocals, lead and rhythm guitar) , David 'Honeyboy' Edwards (2nd guitar on 7,10) , Michael Frank (harmonica on 3,6,14)

Reviews

1. www.rootstime.be - 2010.11.02
Gitarist Les Copeland werd geboren in Kelowna, British Columbia en groeide op in Vernon, BC. Hij luisterde naar zowat iedereen die je maar kunt bedenken, van Bukka White tot Wes Montgomery tot Chuck Berry, om maar een paar te noemen. Op zijn debuut voor het Earwig label, "Don't Let The Devil In", horen we een getalenteerd gitarist en verhalenverteller in vijftien overwegend originele tracks die pronken met zijn fingerpicking, slidegitaar en songwriting.
Na het absorberen van vele gitaarstijlen tijdens zijn leerperiode, is het geen verrassing dat Les op zijn debuut, veel overneemt van wat hij over de jaren heeft gehoord, om dit dan in zijn eigen unieke stijl te brengen. De plaat begint met een verhaal over een goede vriend waarop men steeds kan rekenen, vooral wanneer "That Needing Time" in het zicht is. Het heeft een Keltische, folky gevoel, hetgeen zo wat de toon zet voor de rest van het album. In "Ry Cooder" horen we meteen de slide technieken en zijn subtiele nuances als een ode aan dit slidefenomeen, terwijl men invloeden van Django Reinhardt en de periode van de Hot Club kan waarnemen in het jazz getinte "Ginseng Girl" en het meer humoristische "Wet Paper Bag". In "Riding the Sky Train" vinden we dan weer meer elementen van Bukka White, terwijl hij met verve dit prachtige album afsluit met het instrumentale "Crying For An Angel", een nummer geschreven voor zijn dochtertje, dat slechts een paar dagen heeft geleefd na haar geboorte.
Onze voorkeur gaat naar twee songs waarin ook David "Honeyboy" Edwards verschijnt. Het eerste is "How's That Drummer", over een drummer die graag met de vrouwen van andere mannen gaat lopen en zowel Les en Honeyboy, weerspiegelen de spirit van de Delta in het good-time "Anna Lee". Deze song van Robert Lee McCullum (Robert Nighthawk) is dan ook de enige cover op deze plaat.
Michael Frank van Earwig Records neemt zijn harmonica ter hand in enkele tracks, zoals in het zeer bluesy "What?s You Name", maar zeker is dat hij een aantal mooie nieuwe talenten heeft ontdekt met zijn laatste reeks releases, en fingerpicker Les Copeland is daar zeker één van.

2. AllMusic - Michael G. Nastos
Les Copeland is a rambling blues artist who needs no one else to help him express how he feels about his personalized music. He's an exceptional guitarist, especially when he goes to the bottleneck slide, and his soulful voice is distinctive, a bit gritty and dirty, getting the job done time after time. All of these songs save one are originals written by Copeland, depicting lost love, interest in trains, and the push/pull of life based on his experiences growing up in Kelowna, British Columbia, Canada. Cleary in tribute to "Ry Cooder," where his slide guitar side comes shining through, or distinctly influenced by fellow Canadian Jorma Kaukonen during "Distant Train," you hear where Copeland has come from and is going toward. There's a sweeter, jazz swing element to "Ginseng Girl," a tougher persona à la Muddy Waters during an interpretation of Robert Nighthawk's "Anna Lee," and a more deliberate aspect to three specific selections where Earwig head honcho Michael Frank joins Copeland on harmonica. David "Honeyboy" Edwards gets in on another two songs that demonstrate the low-down, slowed-down rural blues roots of this music. So it's not all about Les Copeland, but he is that main man on this delightful set of folk-blues with an edge that should be easily favored by all stripes of purist blues enthusiasts.

You may also like…

Sale!

Les Copeland

To Be In Your Company

Copeland’s superior guitar playing could easily steal the show were it not for his sublime vocals and storytelling ability. Like…

Read more Add to cart13,50 9,68