www.rootstime.be – 2011.08.09
Bespreking 1 :
Zoals Bruce Iglauer het label Alligator opstartte om Hound Dog Taylor op plaat te kunnen vereeuwigen zo gaf Nico A. Mertens van Parsifal het startschot voor Lightnin’ Guy en zijn twee Houserockers om hun droom waar te maken, namelijk Live een tribuut te brengen aan Hound Dog Taylor en dit op CD en DVD vast te leggen als een blijvende getuigenis dat de rockritmes, boogie en slowblues van Hound Dog nog steeds gedijen in deze eeuw en vooral in de betere blueskroegen. De ideale locatie hiervoor was ongetwijfeld de muziekclub ‘The Borderline’ in Diest, die in de weekends soms in een jukejoint verandert wanneer blues- en rockbands daar op het podium de ziel uit hun leven spelen, soms ‘in het zweet des aanschijns’. Ook zaterdagavond had de club veel weg van een sauna of een broeierige bluesclub ergens in Deep South waar de nevels vanuit het moeras opstijgen. En Lightnin’ Guy vuurde als vanouds aan met de aanmoedigingskreet ‘Let’s have a party’.
‘They made a lot of noise for three men with two guitars and a drum set’. Het stond op een LP van Hound Dog Taylor anno 1971, waarop Theodore Roosevelt Taylor samen met zijn twee Houserockers een feestelijke ambiance creëerden typisch voor de duistere Chicagoclubs waar het feestje de ganse nacht duurde. Dit zou veertig jaar later ook op Guy Verlinde kunnen slaan en zijn maten, gitarist Bart Demulder en drummer Erik Heirman. Zoals dit trio in de bluesclub te Diest hun eigen tribuut aan Hound Dog gestalte gaf moest niet onderdoen voor de krachttoer van de oorspronkelijk slidegitarist die non-stop de ene boogie na de andere op het publiek losliet. Als een echte nazaat van de goedlachse Mississippi bluesman settelde Lightnin Guy zich op zijn taboeret om daarna meer dan drie uur lang Taylor’s ‘Genuine Houserocking Music’ te laten herleven op de ritmes van zijn gitaar en sleetse schoenen.
Lightnin’ Guy voorstellen is al lang overbodig, maar wat telkens weer opvalt en bijblijft is zijn passie voor de blues in velerlei vertakkingen. Zowel via zijn bedrevenheid op slidegitaar als via zijn expressieve zang weet hij blijvend te boeien ongeacht de uren die voorbijglijden. Zaterdagavond bracht hij driemaal een mogelijke versie van de toekomstige CD/DVD en telkens met nieuwe invalshoeken zodat je bleef luisteren en ingaan op zijn uitdagingen om mee te zingen, te huilen of te jiven. Van Hound Dog is de anekdote bekend dat hij een keer eens de ganse nacht weigerde te gaan slapen uit schrik voor zijn weerkerende droom dat wolven hem op de hielen zitten. Soms dacht je dat er in de Borderline ook een roedel wolven huisde afgaande op het publiek dat als zodanig op Guy reageerde.
Van begin tot het einde liet Lightnin’ Guy zich stuwen vanuit het respect voor de soul en drive van Taylors blues en volgde zijn eigen intuïtie zowel in de keuzeselectie van Taylor’s songs als in zijn interpretaties. Hound Dog was dan ook zijn rolmodel en inspirator in de uitbouw van zijn eigen bluescarrière, naast o.m. slidegitaristen als Elmore James en Sonny Landreth en de Delta bluespioniers. Vanaf het eerste instrumentale ‘Hawaiian Boogie’ tot het laatste ‘Let’s Get Funky’ behield Guy eenzelfde bezieling als de onvermoeibare Hound Dog, daarin gevolgd door het Houserockers’ duo, Bart Demulder en drummer Erik Heirman. Blauwogige Bart, die ook al naast Keith Dunn furore maakte, overwon zijn schuchterheid om af en toe als een volleerde stergitarist te soleren.
Bekende nummers als ‘Take Five’, ‘It’s Alright’, ‘Gimme Back My Wig’, ‘Roll Your Moneymaker’ rolden door het zaaltje als ‘Hound Dog’ evergreens. En met het instrumentale opzwepende ‘Taylor’s Rock’, het diabolisch gebrachte ‘The 55the Street Boogie’ en ‘You Can’t Sit Down’ slaagde Guy erin om de Chicago bluesscène uit de sixties jaren te ‘reconstrueren’. Met lovesongs als het tranceachtige ‘She’s Gone’ en ‘See Me In The Evening’ laste het trio enkele rustpauzes in. Het bezwerende licht rockende ‘Sadie’ en de soulblues ‘Freddie’s Blues’ - met knappe drum- en gitaarsolo - schitterden als lichtgevende asteroïden. In Guy’s uitroep ‘I’ll prove it, oh lord I’m still a man’ school tragiek. Zijn verzuchting ‘Boy you don't know what in the world to do’ klonk hartverscheurend. Zijn ongepolijste zang grijpt aan en zijn slidetechniek blijft verbazen net zoals het vuur in zijn ganse performance, hoe lang die ook mag uitlopen.
Bij echte bluesmannen of muzikanten in hart en ziel is het meestal al op de eerste keer raak. Men geeft zich zonder voorbehoud, ongeacht hoe lang en zwaar nog het af te leggen traject. Van mij had de eerste sessie al integraal op cd mogen komen. Ook al pakte de chemie tussen de muzikanten in de tweede sessie nog sterker en werden de boogie-ritmes na middernacht nog heftiger, alles waaraan een uitgehongerde behoefte heeft zat al in het eerste setdeel: pure grondstof, gevitamineerd en smaakvol aangereikt. Tussendoor liet charismatische Lightnin’ Guy niet na om cameraploeg, bekenden en publiek herhaaldelijk te bedanken in zijn bekende sympathieke stijl.
De talrijke clubbezoekers in de Borderline, toegestroomd vanuit Nederland, Wallonië, Vlaanderen, de Kempen, Bunsbeek en Schaffen enz. kunnen er prat op gaan dat zij een fantastische primeur hebben beleefd en een ‘verdomd’ bevlogen rockend bluesconcert bijwoonden. De terloopse vloek en het f. woord zal mogelijk decent tijdens het mixen worden verwijderd maar in het voorjaar 2012 is het zeker uitkijken naar de Cd/DVD en dit doodeerlijke tribuut aan Hound Dog Taylor door iemand die zich quasi zijn achterkleinzoon mag noemen. Ik durf wedden dat Hound Dog en zijn maten Brewer Philips en Ted Harvey dit zullen beamen.
Oh yeah, sure enough, Chicago babe
Be back some old day
Marcie